Nederlands

Klote motor*

Mijn vriend heeft een nieuwe liefde. Samen brengen ze elke vrije minuut van de dag in het schuurtje door, met muziek, sigaretten en ’s avonds zelfs met bier. Liefkozend glijdt hij zijn handen over haar ronde vormen en droomt hij over de dag dat hij eindelijk zijn Tsjechische schone kan berijden.

Inderdaad: hij heeft een motor. Om precies te zijn twee. Het plan is om de beste onderdelen van beiden te nemen en er dan eentje te restaureren. Ofzo. De realiteit is zwaar klote.

Een weekend zonder regen in Engeland. Ik herhaal: een weekend waarop Twee Dagen Lang De Zon Schijnt, in Engeland, in maart! Om dit te vieren gaan andere stelletjes samen naar de dierentuin aapjes kijken, samen op een terrasje Pimms drinken, of samen hand in hand door een park wandelen. Wij niet. Hij gaat “nog even het tandwiel verwisselen.” Ik zucht en weet: met een beetje geluk zie ik ‘m vannacht weer.

De eerste keer dat hij karrenvol ovenreiniger, schuursponsjes en ander schoonmaakspul kocht, stond ik te juichen: wow, die keuken van ons wordt helemaal spic en span! Helaas, alles werd linea recta naar de garage getransporteerd.

Dé oplossing volgens elke relatiehulp-website is interesse tonen in zijn project. “Goh liefje, vertel eens over, uh, dat ijzeren ding waar je mee bezig bent.” Maar aangezien ik geen masters degree in Technische Motorkunde heb (of verstand van ‘voorvorken’, ‘balansassen’ en ‘cc’s’), is het net alsof ‘ie Russisch spreekt.

Zelfs een knuffel zit er niet meer in want om de met olie besmeerde handen schoon te krijgen moet ‘ie ze eerst helemaal afwassen en “dat duurt zo lang, dan ga ik liever nog heel even door, de kogellagers invetten.”

Als dat takkeding nou nog zou rijden, zou ik misschien nog wat begrip kunnen opbrengen voor deze obsessie. Maar nee, vier maanden klussen en de CZ175 ligt nog steeds in 28 stukken op de garagevloer. Nutteloos te zijn. Tssss, gemaakt in 1972 en ze kan niet eens snowboarden, paaldansen of koken. Ik ben van 1984 en kan dat allemaal wel (ok, toegegeven, over dat koken zijn de meningen verdeeld, maar ik kan in ieder geval brownies bakken en dat heb ik die aftandse bromfiets nog niet zien doen.)

Jaloers op de motor? Ja.
Het zal toch niet zo zijn dat een stuk oud ijzer meer aandacht krijgt dan ik? Bring it on bitch!

Dus in een poging mijn vent op andere gedachten te brengen verf ik m’n haar sexy rood (ok, dat mislukte en nu is het roze, maar dat is een ander verhaal), trek m’n zwartkanten Ann Summers setje aan, prop m’n voeten in m’n meest oncomfortabele pumps (na 50m blaren gegarandeerd, maar met een ‘benen-tot-aan-je-nek’ effect) en wankel naar het schuurtje. Daar aangekomen struikel ik bijna over loslopend gereedschap, maar presteer het toch om semi-elegant in de deuropening te gaan staan en zwoel te fluisteren: “Hi schat, kan ik je ergens mee helpen?”

“Ja, nu je er toch bent, kun je misschien even de schuurmachine aangeven alsjeblieft?”

Ik geef het op en kleed me om. De motor heeft gewonnen. Logisch, ze is een echte klassieker. Wie wil er nou niet zo’n mooie machine met originele onderdelen en elegante lijnen? De man die toevallig door onze straat rijdt in ieder geval wel. Vooral voor de belachelijk lage prijs van maar £10.
Moet ‘ie m wel gelijk in z’n auto stoppen en nu meteen meenemen, voordat vriendlief naar buiten komt.

 

( *uiteraard is dit verhaal volledig fictief en berust enige gelijkenis met Kai, Kai’s motor en mij puur op toeval)

Read more

Geniet met mate

verbodenVerward loop ik door de plaatselijke Tesco. Waar zijn in hemelsnaam de zakken chips gebleven? Ik zie rijenvol aardappelsnacks hoor, van Salt & Vinegar tot BBQ, maar alleen van die stompzinnige miniporties, zakjes die je in één hap leeg hebt. Na een paar minuten zoeken spreek ik een supermarktmedewerkster aan. “Oh, do you mean the bags to share?” Nee, niks delen, gewoon voor mij alleen. Maar dan een echte zak, iets van 300 gram ofzo. De medewerkster kijkt me meewarig aan en brengt me naar een apart hoekje vol goederen waar met koeienletters ‘family packet crisps, only for sharing’ op staat…

Helaas speelt deze belachelijke trend zich ook af in Nederland. Een normale anti-PMS hoeveelheid chocolade wordt in de AH bestempeld als uitdeelverpakking of gezinszak. De zak wokkels die ik voor de tv leeg eet (slechts 200 gram), heet opeens ‘large size’. Volgens de verpakking verslind ik maar liefst zeven gemiddelde porties wokkel, die elk vijftien procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vet bevatten. Recalcitrant als ik ben, spoel ik mijn 105% vet weg met een liter sangria. Van het woord alleen krijg ik al kotsneigingen. ‘Aanbevolen.’ Het klinkt net iets te veel gebiedende wijs, alsof iemand anders bepaalt wat je mag eten en wat niet.

Ik weet dat ik per dag eigenlijk twee ons groente en twee stuks fruit moet eten, niet meer dan 2000 calorieën in mijn mond mag stoppen en minimaal een half uur moet bewegen. Ik ben me ervan bewust dat blowen je hersencellen verwoest en dat je van roken tien jaar eerder de pijp uitgaat (en stinkt). Maar ik hoef daar niet elke dag aan herinnerd te worden. Een gemiddelde Nederlander heeft een IQ van 102. Dan zal ‘ie toch wel intelligent genoeg zijn om zelf te beslissen of het verstandig is zes dagen per week bij de Burger King te eten en op zondag voor de verandering pizza te bestellen? Nee dus.

De overheid houdt de ene voedingscampagne na de andere:
- Eet verstandig!
- Kies bewust!
- Drink met mate!
Rot op. Ik ben volwassen, betaal per maand meer dan honderd euri aan zorgverzekering en verkeer over het algemeen in perfecte gezondheid. Als ik mezelf een keertje in coma wil zuipen, mag ik dat dan alsjeblieft zelf weten? Hou toch eens op met die betutteling en laat mensen zelf denken. Alle leuke dingen worden verboden: off piste snowboarden zonder helm, overdag de gemiste uitzending van ‘Spuiten en Slikken’ terugkijken, een dagje ziek melden op werk omdat je gewoon liever van de zon wilt genieten. (Het feit dat de zon een hele dag schijnt in Nederland zou sowieso al voor een Nationale Feestdag moeten zorgen). We zijn een beetje doorgeschoten met de Calvinistische moraal van soberheid.

Het lijkt wel of de overheid niet alleen wil dat je met mate drinkt, maar ook dat je met mate geniet.

Read more

Vegetarisch

meat“Ik ben vegetarisch.” Dat zeg ik altijd als gevraagd wordt naar (di)eet-wensen. Niet helemaal waar, wel zo gemakkelijk. Anders moet je het weer compleet uitleggen. Ik eet namelijk eigenlijk geen vlees, maar soms wel. Een stukje runderrookworst hoort gewoon bij de winterse boerenkool, maar een biefstuk krijg ik niet naar binnen. Vooral niet als er bloed uit de lap koe druipt. Bah, ik ben toch geen vampier?

Of iets geschikt is als voedsel of niet ligt vooral aan de aaibaarheidsfactor; over krokodil doe ik niet zo moeilijk als over een klein, lief, wollig lammetje dat een paar dagen voordat het bruut vermoord werd nog vrolijk in de wei huppelde met zijn vriendjes. (Pluizige kuikentjes zijn dus ook een no go).

Vis en schelpdieren schep ik dan weer wel smakelijk op. Hypocriet hè? Net alsof zalm niet schattig is. Of zielig. Kreeften en mosselen worden nota bene levend gekookt en bij garnalen moet je de kop van het dode beestje afscheuren alvorens zijn rug te breken, maar daar heb ik geen enkel probleem mee. Probeer dat maar eens uit te leggen.

Bij een excursie in Australië dacht ik het alternatief voor ‘ik ben vegetarisch’ gevonden te hebben. Er was zelfs een categorie voor: ‘veggie, chicken & fish’. That’s me, mate. Totdat ik bij de lunch opeens een net dode kip met poot en al op m’n bord kreeg. Er zaten nog net geen veertjes aan. Afkluiven maar! Uh, nee, eerder kotsneigingen… Dat ziet eruit als echte kip-kip die op de boerderij rondscharrelt en niet als filets die op magische wijze in het koelvak van de supermarkt verschijnen.

Het is niet alleen een kwestie van visuele (on)aantrekkelijkheid, het is ook de smaak en vleesachtige textuur die door mijn smaakpapillen als onplezierig wordt ervaren. Mijn moeder maakt de beste lamsbout van de wereld, zo’n grote homp die uren in de oven moet, geserveerd met honingthijmsaus. De hele familie zit al lang van tevoren watertandend aan tafel, maar ik kauw liever op een blaadje sla.

Ik eet wel kipnuggets van de Mac, want die smaken toch naar karton. Geen ander McVlees, al ligt dat meer aan het walgelijke, slappe broodje dat je erbij krijgt. Stukjes kip in de burrito zijn geen probleem; door de overdosis chilipoeder proef je immers niets meer. Ook gehakt door de bolognesesaus merk ik meestal niet eens vanwege de halve fles rode wijn die basically an sich de saus vormt.

Misschien moet ik in het vervolg maar zeggen dat ik een erg hypocriete, weinig-vlees-in-kleine-hoeveelheden-als-het-maar-niet-naar-vlees-smaakt etende zeikerd met voorkeur voor tonijn-sashimi ben. Wel zo eerlijk.

Read more

De Starbucks smile

starbucksVrijdagochtend half tien in de Starbucks op station Nijmegen. Ik koop een koffie. Tot zover niets speciaals. Maar dan komt het: de dame achter de balie overhandigt mijn beker met een glimlach.

Logisch zou je denken. Gastvrijheid hoort bij de horeca en vooral in Amerikaanse bedrijfsketens is vriendelijk personeel een vereiste. Maar het is niet zo’n Disneyland-achtige ‘ik word betaald om te glimlachen dus ontbloot ik mijn tanden en trek ik mijn mondhoeken zo enthousiast omhoog dat het bijna eng lijkt’-glimlach. Zeker niet zo’n KFC ‘ik zou eigenlijk moeten lachen, maar ik heb een kater van hier tot Tokio en wil liever met mijn collega’s m’n mislukte date van gisteravond bespreken, dus zout alsjeblieft een eind op met je bakkie pleur’-glimlach.

Integendeel, het is een echte, oprechte, welgemeende lach. Zo eentje die zegt: “Ik ben blij dat ik jou deze koffie mag overhandigen; dit is het hoogtepunt van mijn dag.”
Een Starbucks smile.

Waarom lacht het Starbucks personeel zo vriendelijk? Vooral bij de Schiphol-vestiging, waar de godganse dag vakantiegangers die wél vrij hebben en lekker drie weken naar een tropisch eiland gaan langskomen, staan de barista’s er glunderend bij. Net alsof er geen betere plaats op aarde is dan de koffiezaak in vertrekhal nr. 3.

Ik kan het enthousiaste personeel nog begrijpen als ze een percentage van de verkoop zouden krijgen. Stel je voor dat je 10% van elke warme chocolademelk à 5 euro per stuk in je eigen zak mag steken. Dat is pas lachen.

Of als alle koffiedrinkers fooi zouden geven. Ik heb zelf in een restaurant gewerkt waar ik al mijn fooien mocht houden. Aan het eind van de avond had ik rimpels om mijn mondhoeken en deden mijn kaakspieren pijn. “Laat de rest maar zitten hoor.” “Dank u!” *Smile* Maar hoe goed ik ook kijk, het bruine schoteltje tussen de kassa en de chocolate chip muffins blijft deprimerend leeg.

Het kan natuurlijk dat Starbucks vacatures alleen voor de allervriendelijkste mensen in Nederland zijn. Maar als je levensdoel ‘de wereld vrolijker maken’ is, ga je toch eerder als cliniclown werken dan bij een koffiezaak?

Mijn beker is inmiddels leeg. De barista wenst me “Een fijne dag en graag tot ziens.” Jazeker tot ziens. Ondanks de stompzinnige Italiaanse maten (wat nou venti, zeg gewoon large!), kom ik graag een volgende keer weer en betaal ik met liefde een half uurloon voor een caramel frappuccino.

Zonder slagroom, maar met extra glimlach.

Read more